visie

Missie / doel van de Beschermjassenpoli
De Beschermjassenpoli faciliteert mensen die zich bevinden in een ‘levensfaseovergang’ die allerlei ongemakkelijke gevoelens en vragen oproept. Tijdens een polibezoek kan de ‘vraagsteller’ zich weer bewust worden van en verbinding ervaren met een oude bedding van welbevinden en steun: een ‘beschermjas’.
Soms gaat het om een herinnering, een geur, een vergeten gewoonte. “Hoe was dat ook al weer? Hoe deden we dat vroeger?” “Oóh, já!” De vraagsteller beleeft een ‘aha-moment’ dat ondersteuning biedt in zijn of haar huidige situatie.

Voor wie kan de poli van nut zijn?
Een sessie bij de Beschermjassenpoli kan waardevol zijn voor mensen die moeite ervaren met de grote verandering(en) en de verlieservaringen die daarmee samengaan. Het gaat om ‘faseovergangen’ of veranderingen van woonplaats, van land, van culturele en sociale context, van werk. Bijvoorbeeld: migratie, ontslag, echtscheiding en vaak zelfs een opeenstapeling hiervan. Door de levensfaseovergang bevinden mensen zich in de zogenaamde ‘liminele’ fase: er is iets verloren en men weet nog niet wat hiervoor in de plaats komt.

De poligroep
De werkwijze van de poli is geïnspireerd op de Beschermjassenmethodiek van Kitlyn Tjin a Djie en het gedachtegoed van Marie Rose Moro. De vraagsteller wordt ontvangen in de ‘poligroep’, een kring van acht à tien mensen die meedenken vanuit hun eigen levenservaringen. Aan de hand van een genogram wordt, samen met de vraagsteller, zijn of haar familiestamboom in kaart gebracht.
De poligroep stemt zich af op wat de vraagsteller op dat moment nodig heeft, in de situatie zoals deze zich op dat moment voordoet. We hebben een basishouding van begrip, geduld en respect. We proberen goed te kijken en te luisteren naar het verhaal van de vraagsteller, te zien en horen wat niet uitgesproken wordt.

Zo kijken we tegen mensen aan
De poli gaat ervan uit dat ieder mens een natuurlijk vermogen heeft om lief te hebben. Iedereen is uniek en heeft behoefte aan individuele vrijheid. Tegelijkertijd is ieder mens een sociaal wezen dat andere mensen nodig heeft. Dit uit zich in de behoefte aan veiligheid, vertrouwdheid en houvast in de sociale omgeving waarin men opgroeit / leeft. De poli kijkt daarom naar de mens in zijn of haar context, zijn of haar (familie)systeem. Dit betekent dat het aandacht geven aan het interpsychische (dat wat leeft tussen mensen) net zo belangrijk is als het intrapsychische (dat wat leeft in de mens). Waar mensen persoonlijk mee worstelen, zegt vaak ook iets over het familiesysteem. We geloven in de levenskracht die in ieder mens huist. Families brengen ‘lusten en lasten’ met zich mee. Naast dat families een ‘blok aan het been’ kunnen zijn, zijn we ervan overtuigd dat er ook altijd positieve krachtbronnen aanwezig zijn.

Wat zien we in de huidige hulpverlening?
Nederland heeft tegenwoordig een grote diversiteit aan inwoners: Nederlanders en migranten (of ‘medelanders’), waarvan velen vandaag de dag met of zonder een Nederlandse nationaliteit volwaardig meedraaien in de samenleving. Medelanders met grote verschillen in etnische en culturele achtergronden. Veel van hen zijn opgegroeid in een ‘wij-cultuur’ en staan voor de taak in de Nederlandse ‘ik-cultuur’ hun draai te vinden. Wanneer medelanders een beroep doen op het Nederlandse zorgsysteem blijkt de hulpverlening – ondanks inspanningen – lang niet altijd doeltreffend. Het Nederlandse zorgsysteem is specialistisch, gestructureerd en gericht op de scheiding tussen geest en lichaam. Bij deze kijk op de werkelijkheid voelen medelanders zich vaak minder op hun gemak, aan 1 op 1 gesprekken zijn ze niet altijd gewend. Verder spelen verschillen in achtergrond, factoren zoals armoede, discriminatie, werkeloosheid en de vluchtelingensituatie een rol tussen het niet goed aansluiten van de Nederlandse hulpverlening op de vragen van migranten.